EVALUATIE
Binnen de opleiding Informatica van de Avans Academie Associate degrees is het analyseren van informatie essentieel voor professioneel programmeren van softwareapplicaties. Toch bleek uit evaluaties dat veel studenten moeite hadden met de vaardigheid Beweren, een kernonderdeel van de methodiek Fact Based Analyseren (FBA). Het bestaande leermateriaal sloot onvoldoende aan bij hun leerbehoeften.
Daarom is het leermateriaal herontwerpen met behulp van Universal Design for Learning (UDL). Deze aanpak houdt rekening met de grote diversiteit binnen onze studentenpopulatie en biedt meerdere manieren om te leren.
Het resultaat? Een gecombineerd leermateriaal in tekstueel en interactief web-georiënteerd vorm. Studenten kunnen nu kiezen wat bij hen past: uitgebreide teksten, behapbare stappen of visueel-auditieve ondersteuning. Zo krijgt iedere student de kans om professioneel te leren analyseren, op een manier die werkt voor hen.
REFLECTIE
De opleiding Informatica merkte dat studenten moeite hadden met het analyseren van informatie, dat als startpunt diende voor het modelleren van object-georiënteerde programmacode. De oorzaak? Het bestaande leermateriaal sloot onvoldoende aan bij wat studenten nodig hadden. Dit werd bevestigd in gesprekken én in de toetsresultaten.
Tegelijkertijd wees jaarlijks diversiteitsonderzoek uit dat de studentenpopulatie zeer uiteenloopt in leerbehoeften en leerstijlen. Dat was de reden voor herontwerp. Eén soort leermateriaal werkt niet voor ieder brein.
Met behulp van de principes van Universal Design for Learning (UDL) en de slimme ontwerptool INclics (InnovatieLab, 2025) is het leermateriaal grondig herzien. De tool hielp om passende bouwstenen te kiezen en zo onderwijs te ontwerpen dat écht inclusief is.
Belangrijk in dit proces was de balans tussen techniek en didactiek: kleine aanpassingen kunnen al een groot verschil maken, mits ze doordacht zijn. Ook is bewust gekozen voor een opbouw waarin de praktijk voorop staat: studenten gaan eerst aan de slag, en verdiepen daarna hun begrip met theorie. Zo ontstaat betekenisvol leren: leren door te doen.
Deze herziening laat zien dat écht inclusief onderwijs begint met luisteren naar data, naar studenten en naar de verschillen die hen uniek maken.
Reus, M. de. (2025). Visuele en auditieve impressie Digital Storytelling, Fact Based Beweren
De visuele weergave van het interactieve web-georiënteerde eindresultaat in SCORM-formaat zegt meer dan duizend woorden, dus ...
BOUWSTEEN: DIGITAL STORYTELLING
Reus, M. de. (2025). Visuele impressie Flahscards, Fact Based Beweren
AANPASSING
Op basis van de verschillende ideeën is besloten een nieuw web-georiënteerd leermateriaal te maken. Naast het tekstuele leermateriaal biedt het web-georiënteerd materiaal een tweede vorm van informatie aanbieden.
De informatie in het nieuwe leermateriaal baseert zich op de bestaande tekstuele informatie. In het nieuwe leermateriaal wordt informatie meer opgeknipt en ondersteund met visuele middelen, zoals flashcards. Om het auditieve zintuig te activeren is gewerkt met Digital Storytelling. Her en der ondersteunen auditieve bestanden het informatieoverdracht.
Het resultaat van het herontwerp heeft ertoe geleid, dat het gehele leermateriaal Fact Based Analyseren web-georiënteerd is uitgewerkt in drie verschillende vormen:
tekstueel.
web-georiënteerd, interactief SCORM-formaat.
web-georiënteerd in PDF-formaat.
RESULTAAT
De visuele weergave van het interactieve web-georiënteerde eindresultaat in SCORM-formaat zegt meer dan duizend woorden, dus ...
BOUWSTEEN: FLASCARDS
Principe 1: het aanbieden van informatie op verschillende manieren | Principe 2: het controleren van voortgang op flexibele wijze | Principe 3: het vergroten van betrokkenheid via verschillende strategieën |
Zorg ervoor dat de leerstof door verschillende zintuigen opgenomen kan worden. Het idee werd geopperd, dat een nieuw leermateriaal meer uit visuele en auditieve triggers moet bestaan. Daartoe werd de mogelijkheid van de techniek HTML5 besproken. Dus, naast het tekstuele leermateriaal ontstaat een (nieuw) web-georiënteerd leermateriaal. | Bied verschillende manieren aan om aan te tonen wat studenten geleerd hebben. Het idee werd geopperd, dat het onderdeel Review van de samenwerktechniek Agile Scrum ook de mogelijkheid aan studenten biedt, om hun afzonderlijke leerweg aan elkaar te tonen. | Zorg voor overzicht, zodat de studenten gemotiveerd en betrokken blijven. Het idee werd geopperd, dat een interactief web-georiënteerd leermateriaal prettiger werk voor de student, dan het terugbladeren in het tekstuele leermateriaal. |
Verduidelijk informatie via taal en symbolen en bied structuur aan. Het idee werd geopperd, dat de tekstuele kopstructuur gehandhaafd blijft in het web-georiënteerd leermateriaal. | Bied mogelijkheden voor de student om zichzelf in te schatten en controle te hebben over het leerproces. Het idee werd geopperd, dat de structuur in het web-georiënteerd leermateriaal wordt uitgebreid met controlevragen (Check-in/Check-out). | |
Geef verschillende mogelijkheden om leerstof te begrijpen. Het idee werd geopperd, dat het onderdeel Review van de samenwerktechniek Agile Scrum aan het web-georiënteerd leermateriaal wordt toegevoegd, waarmee het ‘leren van elkaar’ in de les wordt ingezet. |
IDEEËN
Het UDL-ontwerpproces begon met het opperen van ideeën, op basis van de UDL-raamwerk (ECIO, 2021):
Reus, M. de. (2025). Tekstuele impressie Fact Based Beweren
Om te laten zien hoe UDL in de praktijk kan worden toegepast, heeft het project twee proeftuinen uitgevoerd. Daarnaast bevat deze handreiking een best practice rond co-creatie van de Hogeschool Windesheim. Zowel de proeftuinen als de best practice laten zien hoe UDL-principes doelgericht zijn ingezet om het onderwijs te verbeteren. Het gezamenlijke doel is het creëren van een leeromgeving waarin studenten niet alleen kennis opdoen, maar ook vaardigheden ontwikkelen die essentieel zijn voor hun toekomstige beroepspraktijk.
3.1 PROEFTUIN: ANALYSEREN
CONTEXT
Bij de opleiding Informatica van de Avans Academie Associate degrees leren studenten in het eerste jaar Fact Based Analyseren (FBA), waarmee informatie wordt geanalyseerd en gemodelleerd. De methodiek FBA bestaat uit verschillende vaardigheden en start met de analysevaardigheid Beweren. Een FBB bestaat uit een herhaling van de combinatie kwalificatie classificatie en bezit een waarheidswaarde.
VOORBEELD FBB:
De film met de titel Modern Times is van het genre satire.
De persoon Charlie Chaplin is van beroep acteur.
ONDERWIJS
Om het FBA te kunnen toepassen volgt de student onderwijs, waarin de theorie wordt toegelicht en de vaardigheden worden getraind. Uit de evaluatie van dit onderwijs bleek, dat studenten moeite hebben met het leren opstellen van een FBB.
De evaluatie wees uit, dat de student in het algemeen onvoldoende weet, wat een FBB is. De student heeft in algemene zin onvoldoende kennis van wat de tekstuele eigenschappen van een FBB zijn en heeft onvoldoende vaardigheid in het opstellen van een FBB. Tevens bleek, dat het bestaande leermateriaal moeilijk te gebruiken was. Het leermateriaal bleek te tekstueel, waardoor de student het nauwelijks ter hand nam, om het construct FBB te bestuderen.
DOEL
De proeftuin Fact Based Analyseren had als doel, het leermateriaal voor de vaardigheid Beweren te (her)ontwerpen, op basis van de principes, richtlijnen en bouwstenen van Universal Design for Learning (UDL). Het uitgangspunt hierbij is het leermateriaal toegankelijker te maken voor alle studenten.
STARTSITUATIE
Voorafgaand aan het UDL-ontwerpproces was het leermateriaal van de analysevaardigheid Beweren tekstueel vormgegeven. De instructie was geformuleerd in de vorm van gebiedende wijs, waardoor het duidelijk is, welke activiteit de student moet uitvoeren. Voorafgaand aan de instructie Beweren kiest de student een casuïstiek, waarop het analyseren van toepassing is.
In het leermateriaal staat beschreven, dat de student een Stelsel van Fact Based Beweringen moet opstellen. Om de student hierbij te ondersteunen stond in het leermateriaal een uitgewerkt voorbeeld. Hiermee was de student in staat het eigen werk te spiegelen.
Tot slot stonden er in het leermateriaal enkele non-voorbeelden van niet-succesvolle beweringen. Dit zijn beweringen, waarbij het opstellen van de Fact Based Bewering mis is gegaan. Deze voldoen niet aan de succescriteria. Hierbij is het de bedoeling, dat de student leert van de fout.
LEERMATERIAAL
Gedurende de lessen bleek, dat de student het leermateriaal nauwelijks bestudeerde en dus moeite had met het opstellen van een FBB. Uit individuele vraaggesprekken bleek, dat het leermateriaal te tekstueel en omvangrijk was voor veel studenten. De onderwijskundige structuur van het leermateriaal in orde was, maar het ontbrak aan visuele en auditieve toegankelijkheid.
IMPRESSIE TEKSTUEEL LEERMATERIAAL
UDL-principe | UDL-richtlijn | Scrum-bijdrage | Voorbeeld in onderwijscontext |
Meerdere manieren van betrokkenheid WAAROM van het leren | Stimuleer interesse en verbinding met identiteit. | Autonomie in taakkeuze verhoogt motivatie. | Laat studenten zelf taken kiezen uit de backlog. |
Ondersteun volharding en inspanning. | Korte sprints en zichtbare voortgang geven haalbaarheid. | Gebruik een burndown chart om voortgang te tonen. | |
Ondersteun zelfregulatie. | Retrospectives helpen reflecteren op leerproces. | Laat studenten feedback geven op samenwerking. | |
Meerdere manieren van representatie WAT van het leren | Ondersteun perceptie. | Scrum boards en visuele hulpmiddelen maken informatie toegankelijk. | Gebruik een fysiek of digitaal Scrum Board met kleurcodes. |
Ondersteun taal en symbolen. | Uniforme Scrum-termen en iconen bevorderen begrip. | Gebruik iconen voor 'In Progress', 'Done', enz. | |
Ondersteun begrip. | Iteratieve uitleg via stand-ups en planning vergroot inzicht. | Herhaal doelen bij elke sprintstart. | |
Meerdere manieren van actie en expressie HOE van het leren | Optimaliseer toegang tot tools voor interactie. | Taken kunnen fysiek of digitaal worden beheerd. | Laat studenten kiezen tussen post-its of Trello. |
Ondersteun expressie en communicatie. | Studenten kunnen op verschillende manieren bijdragen. | Sta presentaties, posters of video's toe als eindproduct. | |
Ondersteun planning en strategieën. | Scrum stimuleert planning, monitoring en reflectie. | Gebruik Sprint Planning en Retrospective als leermoment. |
3.2 PROEFTUIN: SAMENWERKEN
De handreiking beschrijft hoe met behulp van de Universal Design for Learning richtlijnen (UDL 3.0) een assessment kan worden gedaan van de huidige status van neuro inclusiviteit en toegankelijkheid van een onderwijseenheid en de kansen om het onderwijs van deze eenheid nog inclusiever te maken.
Als voorbeeld gebruiken wij het 3ejaars Innovatie semester binnen de HBO ICT opleiding van de Hogeschool Utrecht. Dit artikel focust zich met name op een deelgebied van het HBO-i competentie domein: professioneel vermogen samenwerken.
We beginnen met een korte beschrijving van de onderwijseenheid. Daarna leggen we het samenwerkingsaspect van deze onderwijseenheid langs de ontwerpprincipes en richtlijnen van UDL zodat een beeld kan worden gevormd van hoe inclusief en toegankelijk deze onderwijseenheid is. Tenslotte gaan we in op hoe de kansen om het onderwijs inclusiever te maken, gerealiseerd en benut kunnen worden.
BESCHRIJVING VOORBEELD ONDERWIJSEENHEID
Op de Hogeschool Utrecht gaan ICT studenten in hun derde studiejaar voor of na hun stage tijdens het INNO-semester in multidisciplinaire scrum teams van 5-6 studenten (AI, BIM, CSC, SD, TI) samenwerken aan authentieke innovatie challenges van externe opdrachtgevers uit de regio. Studenten leren al doende een vloeiend opererende productontwikkeling capability te worden.
Studenten worden aan het begin van het semester gekoppeld aan opdrachtgevers op basis van persoonlijke voorkeuren en studierichting waarbij ernaar gestreefd wordt dat de competenties van alle architectuurlagen beschikbaar zijn.
Gedurende de eerste sprint maken de studenten kennis met elkaar en met de opdrachtgever en stakeholders. Samen verdiepen zij zich in de kwestie van de opdracht en vormen zij zich een beeld van het product dat zij aan het einde van het semester kunnen gaan opleveren (product vision & goal). Nadat zij een product backlog hebben gemaakt gaan zij in 7 sprints van 2/3 weken op school, bij de opdrachtgever en virtueel het iteratief product ontwikkelen. Iedere sprint werken de teams ook aan learning stories om nieuwe kennis te ontwikkelen en toe te passen in hun project.
De projectteams worden tijdens scrum ceremonies begeleid door docenten/team coaches. Deze coach voert tevens ook individuele ontwikkelgesprekken met de studenten. Daarnaast komen de studenten om de twee weken samen aan gildetafels van hun eigen studierichting (5-7 personen) die worden gefaciliteerd door een vakdocent. Hier worden de beroepsproducten die zij tijdens het project maken besproken.
Gedurende de sprints leveren de studenten diverse portofolio items in waarmee zij hun leeruitkomsten aantonen: onderzoekend vermogen, organiserend vermogen, interactief vermogen, (zelf)lerend vermogen en vakbekwaamheid op jaar 3 niveau waarop zij formatieve feedback krijgen van hun docenten. Gedurende het semester zijn er 2 peilmomenten waarin de voortgang van de individuele studenten wordt besproken. Een het einde van het semester wordt het hele portfolio van de student summatief beoordeeld door de docenten op het aantonen van de leeruitkomsten: 4 hbo-i professionele vermogens en vakbekwaamheid (beroepstaken en -producten).
ERVARINGEN MET NEURODIVERSITEIT
Naar aanleiding van feedback van neurodivergente studenten en docenten op de opleiding en semestercursus, heeft één studenten- en het docententeam van ieder zes personen meegedaan aan een pilot onderzoek (MILS*) om individuele leervoorkeuren in kaart te brengen en de uitkomsten en bijpassende leerstrategieën te bespreken als team. Voor beide groepen belanghebbenden was het besef, dat iedereen een eigen unieke combinatie van leervoorkeuren en leerstrategieën heeft, een eyeopener.
Studenten gaven als feedback dat het waardevol zou zijn om aan het begin van de opleiding leren hoe zij leren en dat zij met medestudenten en docenten in gesprek kunnen en durven te gaan over het leren en samenwerken. Docenten gaven als feedback dat het belangrijk is te beseffen dat het onderwijsontwerp- en uitvoering gevormd wordt door de eigen leervoorkeuren en strategieën en dat er bij het ontwerp en uitvoering meer rekening moet worden gehouden met meerdere leer strategieën.
De conclusie van beide groepen was dat het in belang van student-succes en medewerker-succes in plaats van achteraf maatwerkoplossingen te maken, onderwijs proactief, by design, neuro-inclusiever te maken.
*MILS onderzoek: 6 leervoorkeuren (manieren en mate waarom informatie binnen komt en wordt verwerkt): tekst, structuurbehoefte, bewegingsbehoefte, auditief, visueel, interpersoonlijk.
STAPPEN OM ONDERWIJS NEURO INCLUSIEVER TE MAKEN
Naar aanleiding van bovenstaande conclusies zijn er een aantal initiatieven gestart met als doel student succes en medewerkers succes te vergroten.
Workshop omgaan met neurodiversiteit voor medewerkers (oa MILS, UDL, INclics)
INclis snel scan – assessment van het huidige onderwijs op basis van 9 vragen aan de hand van de UDL-richtlijnen. Mogelijkheid om met behulp van gegeven en zelf te maken bouwstenen een product backlog te maken voor neuro inclusief onderwijs en dit in fases te realiseren.
Neuroinclusief maken van het LMS (Canvas) en lesmateriaal – LMS-content naast tekst, verrijken met afbeeldingen, video en audio. Aandacht voor zowel hoog structuur behoefte (detail) als laagstructuur (waarom verduidelijken)
Team samenwerking – onderling bespreekbaar maken van neurodiversiteit en afspraken maken over samenwerking, gefaciliteerd door docenten. Zie samenwerken volgens scrum raamwerk.
Learning community UDL – UDL kennisdeling en co-creatie
Door onderwijseenheden langs de ontwerpprincipes en richtlijnen van UDL te leggen kan een beeld worden gevormd van hoe inclusief en toegankelijk deze onderwijseenheid is. Je kunt de tool gebruiken om je eigen onderwijs langs de ontwerpprincipes en richtlijnen van UDL te leggen. Het programma genereert een grafische voorstelling waaruit je kunt aflezen hoe inclusief en toegankelijk je onderwijs is. Daarnaast kun je de tool gebruiken om inspiratie op te doen via de uitgebreide set concrete tips en toepassingen die je per richtlijn aangereikt krijgt.
INClics SNELSCAN VRAGEN
Ik geef mijn studenten de mogelijkheid om te laten zien wat ze hebben geleerd op een manier die bij hen past, bijvoorbeeld door hen de keuze te geven om een presentatie, een verslag, een website, een video of iets anders te maken.
Ik zorg ervoor dat mijn studenten altijd een goed overzicht hebben van hun leertraject, bijvoorbeeld door te werken met grafische weergaven van het leerpad (zoals tijdlijnen, stroomdiagrammen en checklists).
Voordat ik aan een nieuwe groep studenten lesgeef, doe ik onderzoek naar hun achtergrond, leervoorkeuren en behoeften, bijvoorbeeld via een instapvragenlijst.
Ik bied informatie aan op een manier die via verschillende zintuigen kan worden opgenomen (bijvoorbeeld door gebruik te maken van tekst, video/audio, grafieken en mindmaps).
Ik zorg ervoor dat alle relevante informatie over mijn onderwijs, zoals roosters, locaties, beoordelingscriteria en deadlines, altijd en overal beschikbaar en toegankelijk is.
In mijn onderwijsontwerp besteed ik aandacht aan het activeren van voorkennis op verschillende manieren, bijvoorbeeld via een instaptoets of door studenten te laten brainstormen.
Ik houd rekening met verschillende leervoorkeuren door een verscheidenheid aan activiteiten en methoden aan te bieden tijdens mijn lessen.
Ik bied mijn studenten mogelijkheden om hun eigen leerproces en voortgang te monitoren door hen toegang te geven tot diagnostische en formatieve toetsen en door (peer)feedback te faciliteren.
Ik zorg ervoor dat de leerdoelen en evaluatiecriteria van mijn onderwijs duidelijk en altijd en overal beschikbaar zijn.
SAMENWERKEN VOLGENS HET SCRUM RAAMWERK
Scrum biedt veel kansen om neurodiversiteit te ondersteunen, maar vraagt ook om bewuste aanpassingen in de praktijk van het samenwerken volgens scrum.
KANSEN VAN SCRUM VOOR NEURODIVERSITEIT
Scrum biedt houvast door rituelen en tijdsafbakening (zoals sprints, retrospectives en sprint reviews), wat vooral prettig is voor mensen met autisme of ADHD.
Gestructureerde werkmethodes zoals Scrum helpen om alle teamleden actief te betrekken en overzicht te creëren, wat neurodivergente mensen kan ondersteunen bij planning en taakbeheer.
De focus op teamkracht binnen Scrum maakt het mogelijk verschillende cognitieve talenten te benutten, zoals creativiteit, hyperfocus of patroonherkenning.
UITDAGINGEN EN AANDACHTSPUNTEN
Veel Scrum-onderdelen zijn ‘extrovert-biased’: dagelijkse stand-ups, planningen en retrospectives vragen om intensieve mondelinge communicatie, wat voor sommige neurodivergente teamleden belastend kan zijn.
Het snelle tempo en de groepsdynamiek in Scrum-teams kunnen stressvol zijn voor mensen die meer tijd nodig hebben om te verwerken of liever schriftelijk communiceren.
Zonder bewuste aanpak kan de Scrum-structuur leiden tot uitsluiting: neurodivergenten ondervinden dan belemmeringen doordat ceremonies te weinig rekening houden met individuele voorkeuren.
PRAKTISCHE TIPS VOOR NEURO-INCLUSIEF SCRUM WERKEN
Maak duidelijke, expliciete afspraken over rollen, taken en communicatie. Gebruik bijvoorbeeld een teamcanvas of visuele hulpmiddelen.
Faciliteer individuele aanpassingen: bijvoorbeeld flexibele werktijden, mogelijkheid tot thuiswerken, en alternatieve manieren om stand-ups te doen (zoals via chat).
Zet in op het benutten van sterke punten: laat neurodivergente teamleden hun unieke kwaliteiten inzetten, zoals detailgerichtheid in testing of creatieve probleemoplossing.
Geef regelmatig maatwerk feedback en investeer in een inclusieve teamcultuur—dit vraagt om empathisch leiderschap en open communicatie (scrum masters en docent-coaches)
Organiseer workshops en trainingen over neurodiversiteit voor het docenten en studenten, zodat onderlinge kennis en bewustzijn vergroot wordt.
Agile teams die neurodiversiteit actief omarmen zijn beter in staat tot innovatie, creativiteit en probleemoplossing.
SCRUM EN UDL
Vanuit het perspectief van UDL draagt samenwerken volgens het Scrum raamwerk bij aan neurodiversiteit.
3.3 BEST PRACTICE: CO-CREATIE
HBO-ICT, WINDESHEIM
HOE KOM JE IN CO-CREATIE MET STUDENTEN TOT INCLUSIEF ONDERWIJS?
Een groep van zeven studenten heeft samen met drie docenten afgelopen studiejaar nieuw onderwijs ontwikkeld voor de nieuwe “leerlijn’ Persoonlijk Leiderschap.
DE DOORLOPEN STAPPEN:
Kennismaking; Het team is gestart met een uitgebreide kennismakingsbijeenkomst.
Verkenning: Vervolgens hebben alle leden zich ingelezen en zich verdiept in het onderwerp.
Free format: De eerstvolgende bijeenkomst is voorbereid door de docenten om een soort kader neer te zetten. Dit gebeurde aan de hand van een spelvorm. Een van de uitgangspunten die werd meegeven is dat het materiaal en dus ook de bijeenkomsten, interactief moeten zijn.
Studenten nemen over: Alle daaropvolgende 6/7 bijeenkomsten zijn voorbereid door de studenten. Elke week werd er voorbereiding voor de bijeenkomsten gevraagd. In principe bereidde één student de bijeenkomst voor, studenten die dat niet prettig vinden werkten als duo.
Oogsten: alle opbrengsten werden gepresenteerd, iedereen luisterde en mocht verhelderende vragen stellen. Geen feedback of “ja-maar”.
Eindopbrengst: alle oogst wegen en uiteindelijk tot een concreet lesprogramma komen. Zo kwam er bijvoorbeeld uit dat studenten absoluut geen portfolio wilden als eindresultaat, dat is daarom een DevLog geworden.
GELEERDE LESSEN
A. DIVERSITEIT: ZORG VOOR EEN DIVERSE ONTWIKKELGROEP
Deze ontwikkelgroep bestond uit zeven studenten: drie neurodiverse studenten, een bi-culturele student en drie docenten: 2 vrouwelijke docenten en een bi-culturele docent.
B. GELIJKWAARDIGHEID: IEDEREEN HEEFT HETZELFDE START-/UITGANGSPUNT
Het is belangrijk in co-creatie dat alle leden van het ontwikkelteam gelijkwaardig zijn en dezelfde uitgangspositie hebben.
C. VEILIGHEID
Zorg voor veiligheid in een groep zodat iedereen zich comfortabel voelt en zich kwetsbaar durft op te stellen. Dat betekent dat je ook als docent kwetsbaar durft te zijn. Je bent als docent onderdeel van het team. Toegeven dat je het ook niet weet hoort daarbij.
D. DIENSTBAAR
Als docent ben je ook gewoon deelnemer en dienstbaar aan het team/proces. Dat kan betekenen dat studenten met ideeën komen die je vanuit je rol als docent misschien niet wenselijk vindt. Je overgeven aan het proces kan een uitdaging zijn.
E. LOCATIE
Bij voorkeur zijn de bijeenkomsten op een andere locatie dan de leslokalen, om los te komen van het kader van regulier onderwijs.
Als het niet lukt om elders bijeen te komen, ga dan in elk geval in een leslokaal in een kring zitten, door elkaar, zodat de gelijkwaardigheid op die manier ook zichtbaar en voelbaar is. Dat werkt natuurlijk ook op een externe locatie.
F. NIEUWSGIERIG
Wees nieuwsgierig en luister naar elkaar.
Geef als docent het goede voorbeeld.
G. VRAAG EN ANTWOORD
Elke vraag die je als docent van te voren hebt en aan de studenten stelt, heb je zelf ook al over nagedacht. Niet om met het “juiste” antwoord te komen, maar om ook hierin een voorbeeld te zijn.
SUCCESFACTOREN UIT HET WERK VAN STUDENTEN
Studenten waren lang in onzekerheid: waar werken we nou aan? Ze willen resultaten zien, het praten en denken hielp ONS als docenten verder, maar zij hielden het niet zo goed uit bij het ‘niets presteren’. Dat is een verwachting waar je voortdurend even bij stil moet staan. Dan zeiden wij dingen als: “Jullie dragen veel bij, maar het is nog niet zichtbaar, maar dat komt.”
Verschillende manieren van denken, openheid, en elkaar in elkaars waarden houden.
Dat de docenten open stonden voor een vrije manier van lesgeven.
Uit een verslag:
(…), we hebben het wekelijks in één grote groep over verschillende thema’s gehad op basis van de Inner Development Goals(IDG’s). Daarbij hebben we het wekelijks gehad over hoe je die IDG’s zou kunnen uitdrukken in een werkvorm, oftewel opdracht.
Wat ik goed vond aan deze aanpak was de structuur ervan. Ik ben iemand die het prettig vindt om structuur te hebben in mijn werk en de IDG’s gaven ons een goede richtlijn om mee te werken elke week. Mocht er ooit nog een keer zo’n traject gestart worden met andere studenten, dan zou ik ook aanraden het weer zo op te pakken. Wellicht wel aan de hand van een ander framework.
De groep heeft mij in ieder geval een plek gegeven waar ik open kon zijn en waar ik op de voorgrond durfde (en durf) te treden. Waar ik in het verleden dit niet bij iedere groep heb ervaren, heb ik bij deze groep hele prettige herinneringen aan het feit dat je hier gewoon jezelf kon zijn, zonder daarop beoordeeld te worden. Geen persoonlijk verhaal was fout, raar of gek, maar er werd met een open houding naar geluisterd. Ook kon emotie getoond worden en dat is iets wat ik in het verleden niet altijd heb durven doen. Zeker niet bij mensen die ik niet allemaal even goed ken.
Wat heb ik dan op mijn beurt aan deze groep kunnen geven: ik denk vooral mijn persoonlijke ervaringen op sommige gebieden. Ik kan mij nog de les bedenken – volgens mij over acting – waar ik een verhaal deelde over hoe het was om een soort stempel op je gedrukt te krijgen met betrekking tot ADHD en autisme. Dat zijn zaken waar ik het normaal niet snel over zal hebben, echter ben ik er ook niet schuw voor om het er wel over te hebben. Ook tijdens de sessie over identity heb ik veel kunnen delen en ik merkte ook dat dat gewaardeerd werd.
Op het gebied van het thema identity kan ik dan ook zeggen dat ik zeker gegroeid ben op het gebied van openheid naar anderen (zeker het afgelopen halfjaar). Verder heb ik ook veel inzichten kunnen opdoen over mijzelf. De persoonlijke leervraag uit hoofdstuk 5 is daar ook een goed voorbeeld van. Ik heb de laatste tijd gemerkt wat een project van 20 weken + andere vakken die veel van mij vragen eromheen met mij doet, namelijk het geeft mij alles samen veel onrust in mijn hoofd. Voorheen heb ik namelijk niet zolang, zo intensief hoeven werken en nu merk ik welke tol dat eist van mij. Met de opgestelde leervraag ben ik dan ook veel bezig en ik probeer zoveel mogelijk rust te nemen waar het kan, ook door middel van de maatregelen die ik daar heb genoteerd.
EVALUATIE
Binnen de opleiding Informatica van de Avans Academie Associate degrees is het analyseren van informatie essentieel voor professioneel programmeren van softwareapplicaties. Toch bleek uit evaluaties dat veel studenten moeite hadden met de vaardigheid Beweren, een kernonderdeel van de methodiek Fact Based Analyseren (FBA). Het bestaande leermateriaal sloot onvoldoende aan bij hun leerbehoeften.
Daarom is het leermateriaal herontwerpen met behulp van Universal Design for Learning (UDL). Deze aanpak houdt rekening met de grote diversiteit binnen onze studentenpopulatie en biedt meerdere manieren om te leren.
Het resultaat? Een gecombineerd leermateriaal in tekstueel en interactief web-georiënteerd vorm. Studenten kunnen nu kiezen wat bij hen past: uitgebreide teksten, behapbare stappen of visueel-auditieve ondersteuning. Zo krijgt iedere student de kans om professioneel te leren analyseren, op een manier die werkt voor hen.
REFLECTIE
De opleiding Informatica merkte dat studenten moeite hadden met het analyseren van informatie, dat als startpunt diende voor het modelleren van object-georiënteerde programmacode. De oorzaak? Het bestaande leermateriaal sloot onvoldoende aan bij wat studenten nodig hadden. Dit werd bevestigd in gesprekken én in de toetsresultaten.
Tegelijkertijd wees jaarlijks diversiteitsonderzoek uit dat de studentenpopulatie zeer uiteenloopt in leerbehoeften en leerstijlen. Dat was de reden voor herontwerp. Eén soort leermateriaal werkt niet voor ieder brein.
Met behulp van de principes van Universal Design for Learning (UDL) en de slimme ontwerptool INclics (InnovatieLab, 2025) is het leermateriaal grondig herzien. De tool hielp om passende bouwstenen te kiezen en zo onderwijs te ontwerpen dat écht inclusief is.
Belangrijk in dit proces was de balans tussen techniek en didactiek: kleine aanpassingen kunnen al een groot verschil maken, mits ze doordacht zijn. Ook is bewust gekozen voor een opbouw waarin de praktijk voorop staat: studenten gaan eerst aan de slag, en verdiepen daarna hun begrip met theorie. Zo ontstaat betekenisvol leren: leren door te doen.
Deze herziening laat zien dat écht inclusief onderwijs begint met luisteren naar data, naar studenten en naar de verschillen die hen uniek maken.
Reus, M. de. (2025). Visuele impressie Flahscards, Fact Based Beweren
Reus, M. de. (2025). Visuele en auditieve impressie Digital Storytelling, Fact Based Beweren
Principe 1: het aanbieden van informatie op verschillende manieren | Principe 2: het controleren van voortgang op flexibele wijze | Principe 3: het vergroten van betrokkenheid via verschillende strategieën |
Zorg ervoor dat de leerstof door verschillende zintuigen opgenomen kan worden. Het idee werd geopperd, dat een nieuw leermateriaal meer uit visuele en auditieve triggers moet bestaan. Daartoe werd de mogelijkheid van de techniek HTML5 besproken. Dus, naast het tekstuele leermateriaal ontstaat een (nieuw) web-georiënteerd leermateriaal. | Bied verschillende manieren aan om aan te tonen wat studenten geleerd hebben. Het idee werd geopperd, dat het onderdeel Review van de samenwerktechniek Agile Scrum ook de mogelijkheid aan studenten biedt, om hun afzonderlijke leerweg aan elkaar te tonen. | Zorg voor overzicht, zodat de studenten gemotiveerd en betrokken blijven. Het idee werd geopperd, dat een interactief web-georiënteerd leermateriaal prettiger werk voor de student, dan het terugbladeren in het tekstuele leermateriaal. |
Verduidelijk informatie via taal en symbolen en bied structuur aan. Het idee werd geopperd, dat de tekstuele kopstructuur gehandhaafd blijft in het web-georiënteerd leermateriaal. | Bied mogelijkheden voor de student om zichzelf in te schatten en controle te hebben over het leerproces. Het idee werd geopperd, dat de structuur in het web-georiënteerd leermateriaal wordt uitgebreid met controlevragen (Check-in/Check-out). | |
Geef verschillende mogelijkheden om leerstof te begrijpen. Het idee werd geopperd, dat het onderdeel Review van de samenwerktechniek Agile Scrum aan het web-georiënteerd leermateriaal wordt toegevoegd, waarmee het ‘leren van elkaar’ in de les wordt ingezet. |
Reus, M. de. (2025). Tekstuele impressie Fact Based Beweren
CONTEXT
Bij de opleiding Informatica van de Avans Academie Associate degrees leren studenten in het eerste jaar Fact Based Analyseren (FBA), waarmee informatie wordt geanalyseerd en gemodelleerd. De methodiek FBA bestaat uit verschillende vaardigheden en start met de analysevaardigheid Beweren. Een FBB bestaat uit een herhaling van de combinatie kwalificatie classificatie en bezit een waarheidswaarde.
VOORBEELD FBB:
De film met de titel Modern Times is van het genre satire.
De persoon Charlie Chaplin is van beroep acteur.
ONDERWIJS
Om het FBA te kunnen toepassen volgt de student onderwijs, waarin de theorie wordt toegelicht en de vaardigheden worden getraind. Uit de evaluatie van dit onderwijs bleek, dat studenten moeite hebben met het leren opstellen van een FBB.
De evaluatie wees uit, dat de student in het algemeen onvoldoende weet, wat een FBB is. De student heeft in algemene zin onvoldoende kennis van wat de tekstuele eigenschappen van een FBB zijn en heeft onvoldoende vaardigheid in het opstellen van een FBB. Tevens bleek, dat het bestaande leermateriaal moeilijk te gebruiken was. Het leermateriaal bleek te tekstueel, waardoor de student het nauwelijks ter hand nam, om het construct FBB te bestuderen.
DOEL
De proeftuin Fact Based Analyseren had als doel, het leermateriaal voor de vaardigheid Beweren te (her)ontwerpen, op basis van de principes, richtlijnen en bouwstenen van Universal Design for Learning (UDL). Het uitgangspunt hierbij is het leermateriaal toegankelijker te maken voor alle studenten.
STARTSITUATIE
Voorafgaand aan het UDL-ontwerpproces was het leermateriaal van de analysevaardigheid Beweren tekstueel vormgegeven. De instructie was geformuleerd in de vorm van gebiedende wijs, waardoor het duidelijk is, welke activiteit de student moet uitvoeren. Voorafgaand aan de instructie Beweren kiest de student een casuïstiek, waarop het analyseren van toepassing is.
In het leermateriaal staat beschreven, dat de student een Stelsel van Fact Based Beweringen moet opstellen. Om de student hierbij te ondersteunen stond in het leermateriaal een uitgewerkt voorbeeld. Hiermee was de student in staat het eigen werk te spiegelen.
Tot slot stonden er in het leermateriaal enkele non-voorbeelden van niet-succesvolle beweringen. Dit zijn beweringen, waarbij het opstellen van de Fact Based Bewering mis is gegaan. Deze voldoen niet aan de succescriteria. Hierbij is het de bedoeling, dat de student leert van de fout.
LEERMATERIAAL
Gedurende de lessen bleek, dat de student het leermateriaal nauwelijks bestudeerde en dus moeite had met het opstellen van een FBB. Uit individuele vraaggesprekken bleek, dat het leermateriaal te tekstueel en omvangrijk was voor veel studenten. De onderwijskundige structuur van het leermateriaal in orde was, maar het ontbrak aan visuele en auditieve toegankelijkheid.
IMPRESSIE TEKSTUEEL LEERMATERIAAL
3.1 PROEFTUIN: ANALYSEREN
Om te laten zien hoe UDL in de praktijk kan worden toegepast, heeft het project twee proeftuinen uitgevoerd. Daarnaast bevat deze handreiking een best practice rond co-creatie van de Hogeschool Windesheim. Zowel de proeftuinen als de best practice laten zien hoe UDL-principes doelgericht zijn ingezet om het onderwijs te verbeteren. Het gezamenlijke doel is het creëren van een leeromgeving waarin studenten niet alleen kennis opdoen, maar ook vaardigheden ontwikkelen die essentieel zijn voor hun toekomstige beroepspraktijk.
IDEEËN
Het UDL-ontwerpproces begon met het opperen van ideeën, op basis van de UDL-raamwerk (ECIO, 2021):
AANPASSING
Op basis van de verschillende ideeën is besloten een nieuw web-georiënteerd leermateriaal te maken. Naast het tekstuele leermateriaal biedt het web-georiënteerd materiaal een tweede vorm van informatie aanbieden.
De informatie in het nieuwe leermateriaal baseert zich op de bestaande tekstuele informatie. In het nieuwe leermateriaal wordt informatie meer opgeknipt en ondersteund met visuele middelen, zoals flashcards. Om het auditieve zintuig te activeren is gewerkt met Digital Storytelling. Her en der ondersteunen auditieve bestanden het informatieoverdracht.
Het resultaat van het herontwerp heeft ertoe geleid, dat het gehele leermateriaal Fact Based Analyseren web-georiënteerd is uitgewerkt in drie verschillende vormen:
tekstueel.
web-georiënteerd, interactief SCORM-formaat.
web-georiënteerd in PDF-formaat.
RESULTAAT
De visuele weergave van het interactieve web-georiënteerde eindresultaat in SCORM-formaat zegt meer dan duizend woorden, dus ...
BOUWSTEEN: FLASCARDS
De visuele weergave van het interactieve web-georiënteerde eindresultaat in SCORM-formaat zegt meer dan duizend woorden, dus ...
BOUWSTEEN: DIGITAL STORYTELLING
UDL-principe | UDL-richtlijn | Scrum-bijdrage | Voorbeeld in onderwijscontext |
Meerdere manieren van betrokkenheid WAAROM van het leren | Stimuleer interesse en verbinding met identiteit. | Autonomie in taakkeuze verhoogt motivatie. | Laat studenten zelf taken kiezen uit de backlog. |
Ondersteun volharding en inspanning. | Korte sprints en zichtbare voortgang geven haalbaarheid. | Gebruik een burndown chart om voortgang te tonen. | |
Ondersteun zelfregulatie. | Retrospectives helpen reflecteren op leerproces. | Laat studenten feedback geven op samenwerking. | |
Meerdere manieren van representatie WAT van het leren | Ondersteun perceptie. | Scrum boards en visuele hulpmiddelen maken informatie toegankelijk. | Gebruik een fysiek of digitaal Scrum Board met kleurcodes. |
Ondersteun taal en symbolen. | Uniforme Scrum-termen en iconen bevorderen begrip. | Gebruik iconen voor 'In Progress', 'Done', enz. | |
Ondersteun begrip. | Iteratieve uitleg via stand-ups en planning vergroot inzicht. | Herhaal doelen bij elke sprintstart. | |
Meerdere manieren van actie en expressie HOE van het leren | Optimaliseer toegang tot tools voor interactie. | Taken kunnen fysiek of digitaal worden beheerd. | Laat studenten kiezen tussen post-its of Trello. |
Ondersteun expressie en communicatie. | Studenten kunnen op verschillende manieren bijdragen. | Sta presentaties, posters of video's toe als eindproduct. | |
Ondersteun planning en strategieën. | Scrum stimuleert planning, monitoring en reflectie. | Gebruik Sprint Planning en Retrospective als leermoment. |
De handreiking beschrijft hoe met behulp van de Universal Design for Learning richtlijnen (UDL 3.0) een assessment kan worden gedaan van de huidige status van neuro inclusiviteit en toegankelijkheid van een onderwijseenheid en de kansen om het onderwijs van deze eenheid nog inclusiever te maken.
Als voorbeeld gebruiken wij het 3ejaars Innovatie semester binnen de HBO ICT opleiding van de Hogeschool Utrecht. Dit artikel focust zich met name op een deelgebied van het HBO-i competentie domein: professioneel vermogen samenwerken.
We beginnen met een korte beschrijving van de onderwijseenheid. Daarna leggen we het samenwerkingsaspect van deze onderwijseenheid langs de ontwerpprincipes en richtlijnen van UDL zodat een beeld kan worden gevormd van hoe inclusief en toegankelijk deze onderwijseenheid is. Tenslotte gaan we in op hoe de kansen om het onderwijs inclusiever te maken, gerealiseerd en benut kunnen worden.
BESCHRIJVING VOORBEELD ONDERWIJSEENHEID
Op de Hogeschool Utrecht gaan ICT studenten in hun derde studiejaar voor of na hun stage tijdens het INNO-semester in multidisciplinaire scrum teams van 5-6 studenten (AI, BIM, CSC, SD, TI) samenwerken aan authentieke innovatie challenges van externe opdrachtgevers uit de regio. Studenten leren al doende een vloeiend opererende productontwikkeling capability te worden.
Studenten worden aan het begin van het semester gekoppeld aan opdrachtgevers op basis van persoonlijke voorkeuren en studierichting waarbij ernaar gestreefd wordt dat de competenties van alle architectuurlagen beschikbaar zijn.
Gedurende de eerste sprint maken de studenten kennis met elkaar en met de opdrachtgever en stakeholders. Samen verdiepen zij zich in de kwestie van de opdracht en vormen zij zich een beeld van het product dat zij aan het einde van het semester kunnen gaan opleveren (product vision & goal). Nadat zij een product backlog hebben gemaakt gaan zij in 7 sprints van 2/3 weken op school, bij de opdrachtgever en virtueel het iteratief product ontwikkelen. Iedere sprint werken de teams ook aan learning stories om nieuwe kennis te ontwikkelen en toe te passen in hun project.
De projectteams worden tijdens scrum ceremonies begeleid door docenten/team coaches. Deze coach voert tevens ook individuele ontwikkelgesprekken met de studenten. Daarnaast komen de studenten om de twee weken samen aan gildetafels van hun eigen studierichting (5-7 personen) die worden gefaciliteerd door een vakdocent. Hier worden de beroepsproducten die zij tijdens het project maken besproken.
Gedurende de sprints leveren de studenten diverse portofolio items in waarmee zij hun leeruitkomsten aantonen: onderzoekend vermogen, organiserend vermogen, interactief vermogen, (zelf)lerend vermogen en vakbekwaamheid op jaar 3 niveau waarop zij formatieve feedback krijgen van hun docenten. Gedurende het semester zijn er 2 peilmomenten waarin de voortgang van de individuele studenten wordt besproken. Een het einde van het semester wordt het hele portfolio van de student summatief beoordeeld door de docenten op het aantonen van de leeruitkomsten: 4 hbo-i professionele vermogens en vakbekwaamheid (beroepstaken en -producten).
ERVARINGEN MET NEURODIVERSITEIT
Naar aanleiding van feedback van neurodivergente studenten en docenten op de opleiding en semestercursus, heeft één studenten- en het docententeam van ieder zes personen meegedaan aan een pilot onderzoek (MILS*) om individuele leervoorkeuren in kaart te brengen en de uitkomsten en bijpassende leerstrategieën te bespreken als team. Voor beide groepen belanghebbenden was het besef, dat iedereen een eigen unieke combinatie van leervoorkeuren en leerstrategieën heeft, een eyeopener.
Studenten gaven als feedback dat het waardevol zou zijn om aan het begin van de opleiding leren hoe zij leren en dat zij met medestudenten en docenten in gesprek kunnen en durven te gaan over het leren en samenwerken. Docenten gaven als feedback dat het belangrijk is te beseffen dat het onderwijsontwerp- en uitvoering gevormd wordt door de eigen leervoorkeuren en strategieën en dat er bij het ontwerp en uitvoering meer rekening moet worden gehouden met meerdere leer strategieën.
De conclusie van beide groepen was dat het in belang van student-succes en medewerker-succes in plaats van achteraf maatwerkoplossingen te maken, onderwijs proactief, by design, neuro-inclusiever te maken.
*MILS onderzoek: 6 leervoorkeuren (manieren en mate waarom informatie binnen komt en wordt verwerkt): tekst, structuurbehoefte, bewegingsbehoefte, auditief, visueel, interpersoonlijk.
STAPPEN OM ONDERWIJS NEURO INCLUSIEVER TE MAKEN
Naar aanleiding van bovenstaande conclusies zijn er een aantal initiatieven gestart met als doel student succes en medewerkers succes te vergroten.
Workshop omgaan met neurodiversiteit voor medewerkers (oa MILS, UDL, INclics)
INclis snel scan – assessment van het huidige onderwijs op basis van 9 vragen aan de hand van de UDL-richtlijnen. Mogelijkheid om met behulp van gegeven en zelf te maken bouwstenen een product backlog te maken voor neuro inclusief onderwijs en dit in fases te realiseren.
Neuroinclusief maken van het LMS (Canvas) en lesmateriaal – LMS-content naast tekst, verrijken met afbeeldingen, video en audio. Aandacht voor zowel hoog structuur behoefte (detail) als laagstructuur (waarom verduidelijken)
Team samenwerking – onderling bespreekbaar maken van neurodiversiteit en afspraken maken over samenwerking, gefaciliteerd door docenten. Zie samenwerken volgens scrum raamwerk.
Learning community UDL – UDL kennisdeling en co-creatie
Door onderwijseenheden langs de ontwerpprincipes en richtlijnen van UDL te leggen kan een beeld worden gevormd van hoe inclusief en toegankelijk deze onderwijseenheid is. Je kunt de tool gebruiken om je eigen onderwijs langs de ontwerpprincipes en richtlijnen van UDL te leggen. Het programma genereert een grafische voorstelling waaruit je kunt aflezen hoe inclusief en toegankelijk je onderwijs is. Daarnaast kun je de tool gebruiken om inspiratie op te doen via de uitgebreide set concrete tips en toepassingen die je per richtlijn aangereikt krijgt.
INClics SNELSCAN VRAGEN
Ik geef mijn studenten de mogelijkheid om te laten zien wat ze hebben geleerd op een manier die bij hen past, bijvoorbeeld door hen de keuze te geven om een presentatie, een verslag, een website, een video of iets anders te maken.
Ik zorg ervoor dat mijn studenten altijd een goed overzicht hebben van hun leertraject, bijvoorbeeld door te werken met grafische weergaven van het leerpad (zoals tijdlijnen, stroomdiagrammen en checklists).
Voordat ik aan een nieuwe groep studenten lesgeef, doe ik onderzoek naar hun achtergrond, leervoorkeuren en behoeften, bijvoorbeeld via een instapvragenlijst.
Ik bied informatie aan op een manier die via verschillende zintuigen kan worden opgenomen (bijvoorbeeld door gebruik te maken van tekst, video/audio, grafieken en mindmaps).
Ik zorg ervoor dat alle relevante informatie over mijn onderwijs, zoals roosters, locaties, beoordelingscriteria en deadlines, altijd en overal beschikbaar en toegankelijk is.
In mijn onderwijsontwerp besteed ik aandacht aan het activeren van voorkennis op verschillende manieren, bijvoorbeeld via een instaptoets of door studenten te laten brainstormen.
Ik houd rekening met verschillende leervoorkeuren door een verscheidenheid aan activiteiten en methoden aan te bieden tijdens mijn lessen.
Ik bied mijn studenten mogelijkheden om hun eigen leerproces en voortgang te monitoren door hen toegang te geven tot diagnostische en formatieve toetsen en door (peer)feedback te faciliteren.
Ik zorg ervoor dat de leerdoelen en evaluatiecriteria van mijn onderwijs duidelijk en altijd en overal beschikbaar zijn.
SAMENWERKEN VOLGENS HET SCRUM RAAMWERK
Scrum biedt veel kansen om neurodiversiteit te ondersteunen, maar vraagt ook om bewuste aanpassingen in de praktijk van het samenwerken volgens scrum.
KANSEN VAN SCRUM VOOR NEURODIVERSITEIT
Scrum biedt houvast door rituelen en tijdsafbakening (zoals sprints, retrospectives en sprint reviews), wat vooral prettig is voor mensen met autisme of ADHD.
Gestructureerde werkmethodes zoals Scrum helpen om alle teamleden actief te betrekken en overzicht te creëren, wat neurodivergente mensen kan ondersteunen bij planning en taakbeheer.
De focus op teamkracht binnen Scrum maakt het mogelijk verschillende cognitieve talenten te benutten, zoals creativiteit, hyperfocus of patroonherkenning.
UITDAGINGEN EN AANDACHTSPUNTEN
Veel Scrum-onderdelen zijn ‘extrovert-biased’: dagelijkse stand-ups, planningen en retrospectives vragen om intensieve mondelinge communicatie, wat voor sommige neurodivergente teamleden belastend kan zijn.
Het snelle tempo en de groepsdynamiek in Scrum-teams kunnen stressvol zijn voor mensen die meer tijd nodig hebben om te verwerken of liever schriftelijk communiceren.
Zonder bewuste aanpak kan de Scrum-structuur leiden tot uitsluiting: neurodivergenten ondervinden dan belemmeringen doordat ceremonies te weinig rekening houden met individuele voorkeuren.
PRAKTISCHE TIPS VOOR NEURO-INCLUSIEF SCRUM WERKEN
Maak duidelijke, expliciete afspraken over rollen, taken en communicatie. Gebruik bijvoorbeeld een teamcanvas of visuele hulpmiddelen.
Faciliteer individuele aanpassingen: bijvoorbeeld flexibele werktijden, mogelijkheid tot thuiswerken, en alternatieve manieren om stand-ups te doen (zoals via chat).
Zet in op het benutten van sterke punten: laat neurodivergente teamleden hun unieke kwaliteiten inzetten, zoals detailgerichtheid in testing of creatieve probleemoplossing.
Geef regelmatig maatwerk feedback en investeer in een inclusieve teamcultuur—dit vraagt om empathisch leiderschap en open communicatie (scrum masters en docent-coaches)
Organiseer workshops en trainingen over neurodiversiteit voor het docenten en studenten, zodat onderlinge kennis en bewustzijn vergroot wordt.
Agile teams die neurodiversiteit actief omarmen zijn beter in staat tot innovatie, creativiteit en probleemoplossing.
SCRUM EN UDL
Vanuit het perspectief van UDL draagt samenwerken volgens het Scrum raamwerk bij aan neurodiversiteit.
3.2 PROEFTUIN: SAMENWERKEN
HBO-ICT, WINDESHEIM
HOE KOM JE IN CO-CREATIE MET STUDENTEN TOT INCLUSIEF ONDERWIJS?
Een groep van zeven studenten heeft samen met drie docenten afgelopen studiejaar nieuw onderwijs ontwikkeld voor de nieuwe “leerlijn’ Persoonlijk Leiderschap.
DE DOORLOPEN STAPPEN:
Kennismaking; Het team is gestart met een uitgebreide kennismakingsbijeenkomst.
Verkenning: Vervolgens hebben alle leden zich ingelezen en zich verdiept in het onderwerp.
Free format: De eerstvolgende bijeenkomst is voorbereid door de docenten om een soort kader neer te zetten. Dit gebeurde aan de hand van een spelvorm. Een van de uitgangspunten die werd meegeven is dat het materiaal en dus ook de bijeenkomsten, interactief moeten zijn.
Studenten nemen over: Alle daaropvolgende 6/7 bijeenkomsten zijn voorbereid door de studenten. Elke week werd er voorbereiding voor de bijeenkomsten gevraagd. In principe bereidde één student de bijeenkomst voor, studenten die dat niet prettig vinden werkten als duo.
Oogsten: alle opbrengsten werden gepresenteerd, iedereen luisterde en mocht verhelderende vragen stellen. Geen feedback of “ja-maar”.
Eindopbrengst: alle oogst wegen en uiteindelijk tot een concreet lesprogramma komen. Zo kwam er bijvoorbeeld uit dat studenten absoluut geen portfolio wilden als eindresultaat, dat is daarom een DevLog geworden.
GELEERDE LESSEN
A. DIVERSITEIT: ZORG VOOR EEN DIVERSE ONTWIKKELGROEP
Deze ontwikkelgroep bestond uit zeven studenten: drie neurodiverse studenten, een bi-culturele student en drie docenten: 2 vrouwelijke docenten en een bi-culturele docent.
B. GELIJKWAARDIGHEID: IEDEREEN HEEFT HETZELFDE START-/UITGANGSPUNT
Het is belangrijk in co-creatie dat alle leden van het ontwikkelteam gelijkwaardig zijn en dezelfde uitgangspositie hebben.
C. VEILIGHEID
Zorg voor veiligheid in een groep zodat iedereen zich comfortabel voelt en zich kwetsbaar durft op te stellen. Dat betekent dat je ook als docent kwetsbaar durft te zijn. Je bent als docent onderdeel van het team. Toegeven dat je het ook niet weet hoort daarbij.
D. DIENSTBAAR
Als docent ben je ook gewoon deelnemer en dienstbaar aan het team/proces. Dat kan betekenen dat studenten met ideeën komen die je vanuit je rol als docent misschien niet wenselijk vindt. Je overgeven aan het proces kan een uitdaging zijn.
E. LOCATIE
Bij voorkeur zijn de bijeenkomsten op een andere locatie dan de leslokalen, om los te komen van het kader van regulier onderwijs.
Als het niet lukt om elders bijeen te komen, ga dan in elk geval in een leslokaal in een kring zitten, door elkaar, zodat de gelijkwaardigheid op die manier ook zichtbaar en voelbaar is. Dat werkt natuurlijk ook op een externe locatie.
F. NIEUWSGIERIG
Wees nieuwsgierig en luister naar elkaar.
Geef als docent het goede voorbeeld.
G. VRAAG EN ANTWOORD
Elke vraag die je als docent van te voren hebt en aan de studenten stelt, heb je zelf ook al over nagedacht. Niet om met het “juiste” antwoord te komen, maar om ook hierin een voorbeeld te zijn.
SUCCESFACTOREN UIT HET WERK VAN STUDENTEN
Studenten waren lang in onzekerheid: waar werken we nou aan? Ze willen resultaten zien, het praten en denken hielp ONS als docenten verder, maar zij hielden het niet zo goed uit bij het ‘niets presteren’. Dat is een verwachting waar je voortdurend even bij stil moet staan. Dan zeiden wij dingen als: “Jullie dragen veel bij, maar het is nog niet zichtbaar, maar dat komt.”
Verschillende manieren van denken, openheid, en elkaar in elkaars waarden houden.
Dat de docenten open stonden voor een vrije manier van lesgeven.
Uit een verslag:
(…), we hebben het wekelijks in één grote groep over verschillende thema’s gehad op basis van de Inner Development Goals(IDG’s). Daarbij hebben we het wekelijks gehad over hoe je die IDG’s zou kunnen uitdrukken in een werkvorm, oftewel opdracht.
Wat ik goed vond aan deze aanpak was de structuur ervan. Ik ben iemand die het prettig vindt om structuur te hebben in mijn werk en de IDG’s gaven ons een goede richtlijn om mee te werken elke week. Mocht er ooit nog een keer zo’n traject gestart worden met andere studenten, dan zou ik ook aanraden het weer zo op te pakken. Wellicht wel aan de hand van een ander framework.
De groep heeft mij in ieder geval een plek gegeven waar ik open kon zijn en waar ik op de voorgrond durfde (en durf) te treden. Waar ik in het verleden dit niet bij iedere groep heb ervaren, heb ik bij deze groep hele prettige herinneringen aan het feit dat je hier gewoon jezelf kon zijn, zonder daarop beoordeeld te worden. Geen persoonlijk verhaal was fout, raar of gek, maar er werd met een open houding naar geluisterd. Ook kon emotie getoond worden en dat is iets wat ik in het verleden niet altijd heb durven doen. Zeker niet bij mensen die ik niet allemaal even goed ken.
Wat heb ik dan op mijn beurt aan deze groep kunnen geven: ik denk vooral mijn persoonlijke ervaringen op sommige gebieden. Ik kan mij nog de les bedenken – volgens mij over acting – waar ik een verhaal deelde over hoe het was om een soort stempel op je gedrukt te krijgen met betrekking tot ADHD en autisme. Dat zijn zaken waar ik het normaal niet snel over zal hebben, echter ben ik er ook niet schuw voor om het er wel over te hebben. Ook tijdens de sessie over identity heb ik veel kunnen delen en ik merkte ook dat dat gewaardeerd werd.
Op het gebied van het thema identity kan ik dan ook zeggen dat ik zeker gegroeid ben op het gebied van openheid naar anderen (zeker het afgelopen halfjaar). Verder heb ik ook veel inzichten kunnen opdoen over mijzelf. De persoonlijke leervraag uit hoofdstuk 5 is daar ook een goed voorbeeld van. Ik heb de laatste tijd gemerkt wat een project van 20 weken + andere vakken die veel van mij vragen eromheen met mij doet, namelijk het geeft mij alles samen veel onrust in mijn hoofd. Voorheen heb ik namelijk niet zolang, zo intensief hoeven werken en nu merk ik welke tol dat eist van mij. Met de opgestelde leervraag ben ik dan ook veel bezig en ik probeer zoveel mogelijk rust te nemen waar het kan, ook door middel van de maatregelen die ik daar heb genoteerd.