Visuele weergave zelfde behandeling, gelijke kansen en rechtvaardigheid (ECIO, z.d.).
2.1 ONDERWIJS ONTWERPEN VOOR DIVERSITEIT
De studentenpopulatie in het hoger onderwijs is diverser dan ooit. In het hbo-ICT-onderwijs studeren bijvoorbeeld steeds meer studenten met uiteenlopende leerprofielen, waaronder studenten met autisme, concentratieproblemen of chronische aandoeningen. Zij brengen waardevolle perspectieven mee, maar ervaren ook vaker belemmeringen in een onderwijsomgeving die is ontworpen voor de ‘gemiddelde student’. Die diversiteit vraagt om inclusief onderwijs, dat rekening houdt met verschillen. Inclusie betekent dat studenten daadwerkelijk kunnen deelnemen op basis van gelijkwaardige kansen. Dat vraagt om onderwijsontwerp dat oog heeft voor cognitieve, sociale en emotionele variatie. Door hiermee al in het ontwerp rekening te houden, zijn individuele aanpassingen minder vaak nodig.
Hieronder wordt dit principe geïllustreerd aan de hand van drie afbeeldingen. In de eerste afbeelding zien we drie mensen die een sportwedstrijd willen bekijken, maar een schutting belemmert hun zicht. Ze krijgen allemaal hetzelfde kistje om op te staan. Dit lijkt eerlijk, maar het effect is ongelijk: niet iedereen kan de wedstrijd zien. In de middelste afbeelding wordt de ondersteuning afgestemd op de individuele behoeften. De kleinste persoon krijgt bijvoorbeeld twee kistjes, waardoor iedereen de wedstrijd kan volgen. Dit laat zien dat gelijke kansen ontstaan wanneer ondersteuning wordt aangepast aan wat ieder nodig heeft. Inclusief onderwijs gaat echter nog een stap verder. In plaats van steeds individuele oplossingen te bieden, kan ook het obstakel zelf worden aangepast of weggenomen, zoals te zien is in de derde afbeelding. Door het onderwijs vanaf het begin toegankelijk te ontwerpen, zijn minder aparte voorzieningen nodig en kan iedereen volwaardig deelnemen. Universal Design for Learning (UDL) biedt een kader om dit in de praktijk vorm te geven.
2.2 WAT IS UNIVERSAL DESIGN FOR LEARNING (UDL)?
Universal Design for Learning (UDL) is een ontwerpkader voor onderwijs dat zijn oorsprong vindt in universal design uit de architectuur: het principe om gebouwen en omgevingen zo te ontwerpen dat ze voor iedereen bruikbaar zijn, zonder extra aanpassingen achteraf (Mace et al., 1991). Vertaald naar het onderwijs betekent dit dat leeromgevingen vanaf het begin zó worden ontworpen dat ze flexibel zijn en aansluiten bij de natuurlijke verschillen tussen studenten.
Het UDL-framework is ontwikkeld door CAST en is gebaseerd op inzichten uit de neurowetenschappen en de onderwijskunde. UDL onderscheidt drie samenhangende ontwerpprincipes die helpen om onderwijs toegankelijk en inclusief te maken:
Meerdere manieren van betrokkenheid: het stimuleren van motivatie, veiligheid en eigenaarschap.
Meerdere manieren van representatie: het aanbieden van informatie op verschillende manieren.
Meerdere manieren van actie en expressie: het bieden van keuzeruimte in hoe studenten leren en laten zien wat zij kunnen. (CAST, 2024).
Meer uitgebreide en verdiepende informatie over UDL is te vinden op de websites van CAST en ECIO.
2.3 DE DRIE PRINCIPES VAN UDL IN HET HBO-ICT ONDERWIJS
MEERDERE MANIEREN VAN BETROKKENHEID: HET WAAROM VAN LEREN
Motivatie en veiligheid zijn fundamentele voorwaarden om tot leren te kunnen komen. Studenten raken betrokken als ze begrijpen waarom iets relevant is, zich gezien voelen en grip ervaren op hun leerproces.
Voorbeeld uit de praktijk: In een project over softwareontwikkeling werkt een student met autisme geconcentreerd aan zijn code, maar haakt hij af wanneer groepsrollen onduidelijk zijn of wanneer de planning verandert. Door aan het begin van het project heldere afspraken te maken over taakverdeling en deadlines, en studenten keuzevrijheid te bieden in hun rol, ontstaat meer eigenaarschap en rust.
WAT ZOU JE VANUIT UDL KUNNEN DOEN?
Laat studenten kiezen uit thema’s of casussen die aansluiten bij hun interesses of toekomstplannen.
Bouw voorspelbaarheid in via weekoverzichten, vaste formats en duidelijke beoordelingscriteria.
Ondersteun zelfregulatie via korte reflectieopdrachten of check-ins tijdens projecten.
MEERDERE MANIEREN VAN REPRESENTATIE: HET WAT VAN LEREN
Studenten verschillen sterk in hoe ze informatie opnemen en verwerken. In het HBO-ICT, waar complexe concepten centraal staan, helpt het om die concepten op meerdere manieren aan te bieden.
Voorbeeld uit de praktijk: Tijdens een les over API’s biedt de docent naast mondelinge uitleg ook een visueel schema van de datastroom, een codevoorbeeld in de leeromgeving en een korte video waarin het proces wordt getoond. Studenten kunnen kiezen of ze de uitleg live volgen, terugkijken of de samenvatting bestuderen.
WAT ZOU JE VANUIT UDL KUNNEN DOEN?
Combineer tekst, beeld en audio; voeg ondertiteling of visuele samenvattingen toe.
Gebruik concrete, eenduidige taal en licht vakjargon toe met voorbeelden.
Activeer voorkennis met quizjes, mindmaps of voorbeeldcode voordat je nieuwe stof behandelt.
MEERDERE MANIEREN VAN ACTIE EN EXPRESSIE: HET HOE VAN LEREN
Studenten verschillen in de manier waarop zij hun kennis, vaardigheden en voortgang het best kunnen tonen. Waar de één graag presenteert, drukt de ander zich beter uit in code, een visualisatie of een geschreven reflectie.
Voorbeeld uit de praktijk:
Bij een toetsopdracht over informatieveiligheid mogen studenten kiezen hoe ze hun analyse presenteren: in een technisch rapport, via een screencast of met een demonstratie van hun tool. De leerdoelen blijven identiek, de weg ernaartoe verschilt.
WAT ZOU JE VANUIT UDL KUNNEN DOEN?
Bied variatie in werk- en toetsvormen (rapport, demo, presentatie, video, poster).
Ondersteun planning en organisatie met sjablonen, checklists en feedbackmomenten.
Stimuleer samenwerking, maar bied ruimte voor individuele bijdragen in groepsopdrachten.
2.4 VAN AANPASSEN NAAR ONTWERPEN
UDL: ONTWERPEN VANUIT DIVERSITEIT
UDL vraagt om een fundamentele omslag: van aanpassen achteraf naar bewust ontwerpen vooraf. Waar toegankelijkheid traditioneel pas aandacht krijgt wanneer een student een voorziening aanvraagt, vertrekt UDL vanuit diversiteit als uitgangspunt van het onderwijsontwerp. In een hbo-ICT-opleiding betekent dit bijvoorbeeld projectonderwijs zo inrichten dat studenten met verschillende werkstijlen effectief kunnen samenwerken, of digitale leeromgevingen ontwerpen met toegankelijke materialen, keuzeroutes en heldere navigatie. Wat voor sommige studenten noodzakelijk is (zoals voor studenten met autisme, ADHD of dyslexie), blijkt in de praktijk vaak voor veel meer studenten ondersteunend. UDL laat zien dat inclusief onderwijs geen optelsom is van losse maatregelen, maar een samenhangende ontwerpbenadering die drempels wegneemt voordat ze ontstaan.
UDL IN DE PRAKTIJK: KLEINE ONTWERPKEUZES, GROTE IMPACT
UDL is daarbij geen einddoel of afvinklijst, maar een manier van kijken en werken. Het biedt een kader om signalen uit de onderwijspraktijk serieus te nemen: studenten die veel aanvullende vragen stellen, terugkerende onvoldoendes op specifieke onderdelen, of deadlines die structureel niet worden gehaald. Deze signalen fungeren als een ‘kanarie in de kolenmijn’ en maken zichtbaar waar het onderwijs verbeterd kan worden. UDL helpt om die verbeteringen gericht vorm te geven. Elke kleine stap telt: een visuele samenvatting, extra keuzeruimte in opdrachten of een duidelijke weekstructuur kan al een groot verschil maken. Door stap voor stap te ontwerpen vanuit UDL-principes ontstaat onderwijs waarin iedere student zich welkom, competent en gezien voelt.
Visuele weergave zelfde behandeling, gelijke kansen en rechtvaardigheid (ECIO, z.d.).
De studentenpopulatie in het hoger onderwijs is diverser dan ooit. In het hbo-ICT-onderwijs studeren bijvoorbeeld steeds meer studenten met uiteenlopende leerprofielen, waaronder studenten met autisme, concentratieproblemen of chronische aandoeningen. Zij brengen waardevolle perspectieven mee, maar ervaren ook vaker belemmeringen in een onderwijsomgeving die is ontworpen voor de ‘gemiddelde student’. Die diversiteit vraagt om inclusief onderwijs, dat rekening houdt met verschillen. Inclusie betekent dat studenten daadwerkelijk kunnen deelnemen op basis van gelijkwaardige kansen. Dat vraagt om onderwijsontwerp dat oog heeft voor cognitieve, sociale en emotionele variatie. Door hiermee al in het ontwerp rekening te houden, zijn individuele aanpassingen minder vaak nodig.
Hieronder wordt dit principe geïllustreerd aan de hand van drie afbeeldingen. In de eerste afbeelding zien we drie mensen die een sportwedstrijd willen bekijken, maar een schutting belemmert hun zicht. Ze krijgen allemaal hetzelfde kistje om op te staan. Dit lijkt eerlijk, maar het effect is ongelijk: niet iedereen kan de wedstrijd zien. In de middelste afbeelding wordt de ondersteuning afgestemd op de individuele behoeften. De kleinste persoon krijgt bijvoorbeeld twee kistjes, waardoor iedereen de wedstrijd kan volgen. Dit laat zien dat gelijke kansen ontstaan wanneer ondersteuning wordt aangepast aan wat ieder nodig heeft. Inclusief onderwijs gaat echter nog een stap verder. In plaats van steeds individuele oplossingen te bieden, kan ook het obstakel zelf worden aangepast of weggenomen, zoals te zien is in de derde afbeelding. Door het onderwijs vanaf het begin toegankelijk te ontwerpen, zijn minder aparte voorzieningen nodig en kan iedereen volwaardig deelnemen. Universal Design for Learning (UDL) biedt een kader om dit in de praktijk vorm te geven.
2.1 ONDERWIJS ONTWERPEN VOOR DIVERSITEIT
Universal Design for Learning (UDL) is een ontwerpkader voor onderwijs dat zijn oorsprong vindt in universal design uit de architectuur: het principe om gebouwen en omgevingen zo te ontwerpen dat ze voor iedereen bruikbaar zijn, zonder extra aanpassingen achteraf (Mace et al., 1991). Vertaald naar het onderwijs betekent dit dat leeromgevingen vanaf het begin zó worden ontworpen dat ze flexibel zijn en aansluiten bij de natuurlijke verschillen tussen studenten.
Het UDL-framework is ontwikkeld door CAST en is gebaseerd op inzichten uit de neurowetenschappen en de onderwijskunde. UDL onderscheidt drie samenhangende ontwerpprincipes die helpen om onderwijs toegankelijk en inclusief te maken:
Meerdere manieren van betrokkenheid: het stimuleren van motivatie, veiligheid en eigenaarschap.
Meerdere manieren van representatie: het aanbieden van informatie op verschillende manieren.
Meerdere manieren van actie en expressie: het bieden van keuzeruimte in hoe studenten leren en laten zien wat zij kunnen. (CAST, 2024).
Meer uitgebreide en verdiepende informatie over UDL is te vinden op de websites van CAST en ECIO.
2.2 WAT IS UNIVERSAL DESIGN FOR LEARNING (UDL)?
MEERDERE MANIEREN VAN BETROKKENHEID: HET WAAROM VAN LEREN
Motivatie en veiligheid zijn fundamentele voorwaarden om tot leren te kunnen komen. Studenten raken betrokken als ze begrijpen waarom iets relevant is, zich gezien voelen en grip ervaren op hun leerproces.
Voorbeeld uit de praktijk: In een project over softwareontwikkeling werkt een student met autisme geconcentreerd aan zijn code, maar haakt hij af wanneer groepsrollen onduidelijk zijn of wanneer de planning verandert. Door aan het begin van het project heldere afspraken te maken over taakverdeling en deadlines, en studenten keuzevrijheid te bieden in hun rol, ontstaat meer eigenaarschap en rust.
WAT ZOU JE VANUIT UDL KUNNEN DOEN?
Laat studenten kiezen uit thema’s of casussen die aansluiten bij hun interesses of toekomstplannen.
Bouw voorspelbaarheid in via weekoverzichten, vaste formats en duidelijke beoordelingscriteria.
Ondersteun zelfregulatie via korte reflectieopdrachten of check-ins tijdens projecten.
MEERDERE MANIEREN VAN REPRESENTATIE: HET WAT VAN LEREN
Studenten verschillen sterk in hoe ze informatie opnemen en verwerken. In het HBO-ICT, waar complexe concepten centraal staan, helpt het om die concepten op meerdere manieren aan te bieden.
Voorbeeld uit de praktijk: Tijdens een les over API’s biedt de docent naast mondelinge uitleg ook een visueel schema van de datastroom, een codevoorbeeld in de leeromgeving en een korte video waarin het proces wordt getoond. Studenten kunnen kiezen of ze de uitleg live volgen, terugkijken of de samenvatting bestuderen.
WAT ZOU JE VANUIT UDL KUNNEN DOEN?
Combineer tekst, beeld en audio; voeg ondertiteling of visuele samenvattingen toe.
Gebruik concrete, eenduidige taal en licht vakjargon toe met voorbeelden.
Activeer voorkennis met quizjes, mindmaps of voorbeeldcode voordat je nieuwe stof behandelt.
MEERDERE MANIEREN VAN ACTIE EN EXPRESSIE: HET HOE VAN LEREN
Studenten verschillen in de manier waarop zij hun kennis, vaardigheden en voortgang het best kunnen tonen. Waar de één graag presenteert, drukt de ander zich beter uit in code, een visualisatie of een geschreven reflectie.
Voorbeeld uit de praktijk:
Bij een toetsopdracht over informatieveiligheid mogen studenten kiezen hoe ze hun analyse presenteren: in een technisch rapport, via een screencast of met een demonstratie van hun tool. De leerdoelen blijven identiek, de weg ernaartoe verschilt.
WAT ZOU JE VANUIT UDL KUNNEN DOEN?
Bied variatie in werk- en toetsvormen (rapport, demo, presentatie, video, poster).
Ondersteun planning en organisatie met sjablonen, checklists en feedbackmomenten.
Stimuleer samenwerking, maar bied ruimte voor individuele bijdragen in groepsopdrachten.
2.3 DE DRIE PRINCIPES VAN UDL IN HET HBO-ICT ONDERWIJS
UDL: ONTWERPEN VANUIT DIVERSITEIT
UDL vraagt om een fundamentele omslag: van aanpassen achteraf naar bewust ontwerpen vooraf. Waar toegankelijkheid traditioneel pas aandacht krijgt wanneer een student een voorziening aanvraagt, vertrekt UDL vanuit diversiteit als uitgangspunt van het onderwijsontwerp. In een hbo-ICT-opleiding betekent dit bijvoorbeeld projectonderwijs zo inrichten dat studenten met verschillende werkstijlen effectief kunnen samenwerken, of digitale leeromgevingen ontwerpen met toegankelijke materialen, keuzeroutes en heldere navigatie. Wat voor sommige studenten noodzakelijk is (zoals voor studenten met autisme, ADHD of dyslexie), blijkt in de praktijk vaak voor veel meer studenten ondersteunend. UDL laat zien dat inclusief onderwijs geen optelsom is van losse maatregelen, maar een samenhangende ontwerpbenadering die drempels wegneemt voordat ze ontstaan.
UDL IN DE PRAKTIJK: KLEINE ONTWERPKEUZES, GROTE IMPACT
UDL is daarbij geen einddoel of afvinklijst, maar een manier van kijken en werken. Het biedt een kader om signalen uit de onderwijspraktijk serieus te nemen: studenten die veel aanvullende vragen stellen, terugkerende onvoldoendes op specifieke onderdelen, of deadlines die structureel niet worden gehaald. Deze signalen fungeren als een ‘kanarie in de kolenmijn’ en maken zichtbaar waar het onderwijs verbeterd kan worden. UDL helpt om die verbeteringen gericht vorm te geven. Elke kleine stap telt: een visuele samenvatting, extra keuzeruimte in opdrachten of een duidelijke weekstructuur kan al een groot verschil maken. Door stap voor stap te ontwerpen vanuit UDL-principes ontstaat onderwijs waarin iedere student zich welkom, competent en gezien voelt.
2.4 VAN AANPASSEN NAAR ONTWERPEN